Het leven van Guy
Zoals vele mensen ben ik klein begonnen. Op 5 Oktober 1978 zag ik het eerste zonnelicht in Mechelen. Na een tijdje werd ik te groot om nog in het moederhuis te blijven en daarom namen mijn ouders mij maar mee naar het pas gezette huis in de wijk Battel. Na eerst nog een beetje mee te hebben geholpen aan de kinderkamer, lag ik eindelijk rustig in mijn wiegje met mijn rammelaartje (tingeling). Maar ik groeide veel te snel op en ik moest op mijn voeten leren lopen ('n lastig karwei). Toen ik dat zo een beetje onder de knie had, mocht ik naar de kleutertuin, waar ik een brave jongen was ('t is bijna niet te geloven). Na de kleutertuin kwam de Lagere School (St.-Gummarus, Kerkhoflei, Mechelen). Daar leerde ik al snel woordjes, leerde zo een beetje knutselen en op mijn vingers tellen. Dit laatste, moet ik zeggen, deed ik met veel overgave, zodat ik er nu nog een beetje de vruchten van pluk.
Maar schone liedjes duren niet lang en ik moest als een grote meneer naar de grote school. Het eerste jaar was daar een hel voor mij, maar ik heb van me afgebeten en uiteindelijk toch een geweldig leuke vriendenkring gevonden. Vooral in het derde en vierde jaar was de sfeer enorm goed. Een grote klas en veel lawaai deden ons eigenlijk geen goed, maar wat trokken wij daar ons toen iets van aan. In de twee laatste jaren was het meer werken geblazen. Nu rest er mij enkel nog de naam te vermelden van deze school, nl. het St-Romboutscollege te Mechelen.
Natuurlijk was het niet enkel de school die mij op dat moment bezig hield. Aangezien ik nooit erg goed ben geweest in de sport, ik ook nooit bij scouts of chiro ben geweest, moest ik wel een ander tijdverdrijf vinden. Er was vanalles dat me bezig hield. Ik keek en volgde graag (passief) het voetbal, evenals andere sporten waar de Belgen op dat moment optraden, noem het chauvinisme. In gelijkaardig competitieverband tussen landen, heb ik ook nu nog een gezonde interesse in het Eurovisie Songfestival. Voornaamste reden hiervoor is immers dat heel toevallig de eerste keer dat ik thuis naar dit festival mocht kijken ons landje toch wel won zeker. Sindsdien heb ik (op een enkele uitzondering na) geen enkele keer gemist. En tenslotte heb ik in die jaren een meer dan ongewone interesse gekweekt voor vissen. Niet het werkwoord, wel de dieren. Wreed leuke en vaak ook mooie beestjes, die omdat ze (meestal) geen lawaai maken (tenzij een uitzonderlijk blubje), weinig dieven wegjagen. In ieder geval als (ik zeg als) ik eens ergens kom waar een aquarium is, dan ga ik daar meestal wel eens binnen. Thuis bezit ik een tamelijk uitgebreide bibliotheek over vissen, bestaande uit voornamelijk populaire, nederlandstalige werken met veel prentjes en uitleg over de verschillende soorten.
Na de jaren van zwoegen en werken op de kleine banken van het college, kwamen er dan jaren van onmenselijk hard zwoegen en werken op het RUCA te Antwerpen. In die twee jaren heb ik het meest genoten van de cursussen Logica en Meetkunde. Maar na die twee jaar ben ik dan naar de UIA moeten gaan les volgen en ook daar was (en is) het hard werken. In het laatste jaar heb ik mijn thesis gemaakt over Trident en Turtle, twee tradingstrategieën voor wisselkoersen. Men heeft mij dan aangeboden om aan de universiteit te doctoreren, wat ik zonder al te veel twijfelen heb aanvaard.
Dat onderzoek is intussen afgelopen aangezien ik op 17 maart 2006 ben gedoctoreerd. Wat ik allemaal heb onderzocht, vraag je. Wel, in het eerste jaar heb ik verdergewerkt op mijn thesis door samen te werken met een real-time trader en met hem een aantal strategieën te analyseren. Daarnaast liep er ook een ander project, namelijk met de Nationale Bank van België, het analyseren van Belgische inflatie-cijfers, en meerbepaald het zoeken naar de aanwezigheid van scheefheid en/of uitschieters in deze gegevens. Dat project liep ook ten einde, maar ik ben dan verdergegaan met het zoeken van robuuste maten voor scheefheid en staartdikte, hetgeen maten zijn die minder gevoelig zijn voor uitschieters dan de klassieke maten van scheefheid en kurtosis. Wij stellen de medcouple voor als robuuste schatter voor scheefheid, alsook de medcouple toegepast op een respectievelijke staarthelft om de staartdikte te beschijven. Daarnaast hebben we tests-of-fit en symmetrie testen voorgesteld, dewelke gebaseerd zijn op de maten voor scheefheid en staartdikte. Ten tijde van mijn thesisverdediging ben ik nog bezig geweest met clustering op de diagnostische plot en met het analyseren van chain-ladder technieken.
Tijdens mijn doctoraat ben ik overgeschakeld van bursaal naar mandaatassistent. Een van de redenen hiervoor was dat ik mezelf niet goed voelde bij het spreken voor een groep mensen tijdens een presentatie. Om die reden (noem het de harde aanpak) ben ik beginnen lesgeven, en ik voel me nu veel geruster als ik lesgeef of een presentatie geef. Oefening baart kunst, zeg maar. Een andere reden waarom het me beter afgaat is omdat ik in het academiejaar 2002-2003 in Mechelen een cursus heb gevolgd in verband met verlegenheid bij de vereniging voor verlegen mensen, kortweg VVM. Tijdens die cursus leert men sociale vaardigheden (praatje met bekenden, met onbekenden), assertieve vaardigheden (reageren op kritiek) en het werken aan uw zelfbeeld (minderwaardigheidsgevoel wegwerken). De VVM is officieel erkend als vrijwilligersorganisatie door de Vlaamse Gemeenschap, en om die reden voel ik me trots dat ik daar tegenwoordig ook deel van uitmaak. Immers na het volgen van die cursus was ik zo overtuigd van het nut ervan dat ik na de public relations te hebben verzorgd, voorzitter van deze vereniging ben geworden. Na drie en een half jaar voorzitterschap heb ik de fakkel overgedragen, maar blijf vrijwilligerswerk verrichten bij de VVM. Je vindt op deze site nog wel meer info omtrent verlegenheid.
Een andere reden om me in te zetten voor de VVM is omdat ik deze vereniging erg dankbaar ben dat ik langs hen mijn levensgezellin heb leren kennen. Hoe een dubbeltje rollen kan. Na de derde les had ik niet veel zin meer om te gaan, vooral niet omdat de vierde les een activiteit was. Ik ben toch gegaan naar de activiteit en toen heb ik Wendy voor het eerst ontmoet. Zij was al naar de info-avond en de eerste les gekomen, maar die had ik gemist omdat ik deze in Antwerpen was gaan volgen. Die avond zaten we toevallig aan hetzelfde tafeltje en we hebben daar enorm goed gebabbeld. Het klikte meteen en het is alleen maar beter beginnen klikken. Ik ga hier niet tot in alle romantische details ingaan. Hopelijk ontmoet je ons ooit en dan kan je jezelf overtuigen van ons samenhoren.
Intussen werk ik trouwens niet meer op de universiteit. Ben in juni 2006 bij de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie gaan werken, bij de overheid dus. Daar was ik verantwoordelijk voor de ICT enquête bij huishoudens en individuen en sprong ik bij allerlei andere enquêtes in om te helpen. Na een kleine twee jaar had ik toch het gevoel dat ik er niet op m'n plaats zat en dus ben ik er weggegaan. Vanaf mei 2008 werk ik bij dezelfde real-time trader waar ik in de tijd mijn licenciaatsthesis bij gemaakt heb.
Nu denk ik dat je me zo een beetje kent, behalve dan nog wat waarden en normen en smaken. Ik ben hoegenaamd geen vegetariër, maar moet ook niet alle dagen vlees op m'n bord hebben. Ik hou van allerlei keukens, maar de Belgische en Italiaanse staan bovenaan. Zo kan je me altijd plezieren met stoofvlees, pastaschotels, kroketten en vispannetjes. Kortom, koken werd een hobby en daarom ben ik voor mezelf een kookboek aan het samenstellen met alle gerechten die ik tot op heden heb klaargemaakt. Verder hecht ik veel belang aan de katholieke waarden waarmee ik door het leven ga. Omdat er maar één aardbol is, zorg ik er ook voor dat er niet teveel energie verspild wordt. Bovendien sorteer ik alles netjes volgens de regels van de wet en als ik eens met een papiertje in het park rondloop, dan prop ik het in de overvolle vuilbak. Tot zover deze voorstelling van mezelf. Vragen kan je nog altijd op mij afvuren (gebruik wel losse flodders).